Container

Blog 242 - 14 augustus 2020

Waarom een mediamanager niet altijd werkt

Ik heb even overwogen om het hele artikel van Geert-Jan Jakobs van Voetbal International op deze plek te publiceren. Zelden zo eens geweest met de inhoud van zijn verhaal. Zijn schrijven gaat over het spanningsveld tussen sporter en manager aan de ene kant en de redactie van in dit geval het grootste voetbalmagazine van ons land, aan de overkant.

Om te beginnen, vind ik het zeer interessant om te lezen. Het raakt op allerlei manieren de journalistieke en communicatieve kant. En dat maak het voor mij heel herkenbaar. Ik ben voorlichter geweest bij politie en GGD en journalist ben ik nog steeds. Om er maar meteen een cliché in te gooien: het is toch een beetje fout als je eerst journalist was en woordvoerder wordt. Een soort collectieve verontwaardiging van ‘je bent nu niet meer van ons.’

Al klonk die roep vroeger waarschijnlijk wat vaker dan nu. Simpelweg, omdat je maar al te vaak dergelijke transfers ziet, maar ook omdat woordvoerder en journalist steeds meer in elkaars vaarwater zitten. En als derde, eigenlijk ook wel weten dat ze niet zonder elkaar kunnen en elkaar ook gewoon keihard nodig hebben.

Die verwevenheid klinkt ook aan alle kanten door in het artikel van Jakobs, dat gaat over Nathan Rutjes, inderdaad onze nationale knuffelbeer, zoals hij wordt getypeerd. Wie kent hem niet? De gewezen profvoetballer die met gulle lach en steile (hang)mat, de wereld iedere dag een beetje mooier wil maken. Je hoefde de televisie maar aan te zetten of Rutjes wapperde in beeld. Uiteraard met vol enthousiasme, glimlachend van oor tot oor en altijd positief gestemd. Het leek wel of de schaduwzijde van het leven niet bestond voor hem. Rutjes zag altijd de zon en hij zag dat het goed was.

Afijn, Jakobs heeft dat meer dan prima verwoord in zijn verhaal. Persoonlijk zou ik er als teamgenoot helemaal gek van worden. Dat je een medespeler hebt, die eigenlijk het niveau niet meer aankan, maar door zijn optredens buiten het veld, wel alle niet-voetbal gerelateerde aandacht opslurpt. Dat is allemaal niet zo erg, als Rutjes als speler iedere week een negen zou scoren in het VI-klassement. Of dat als hij weer ergens een commercial voor de Vriendenloterij moet opnemen, daardoor een training mist, maar in het weekend wel moeite- en zorgeloos de sterspeler van de tegenpartij uit de wedstrijd speelt. Dan maakt geen voetballer het ook maar iets uit, dat die rare, bleke en aparte positivo anders is dan de rest.
Je zult maar zijn coach zijn, die denkt van ‘we zijn toch een voetbalclub? Wat moet ik met al die randzakenaandacht? Weg ermee.’ Het is helemaal niet leuk om als club, kader of medespeler, iedere dag te moeten dealen met Nathan Rutjes.

Om de stroom aan media-verzoeken enigszins in goede banen te leiden, rechtte Rutjes dan toch maar zijn rug en nam hij René Smit van The Right Place in dienst. Jacobs typeerde hem treffend en als volgt: ‘Online omschreven als 'thuisbasis van talenten als Kim-Lian van der Meij, Herman den Blijker, Marlayne Sahupala en Evelyn Struik. René Smit bedenkt er ook meteen de creatieve concepten bij. Of het nu gaat om retail, online, media- of entertainment gedreven concepten of activaties.'

In principe een goede zet. En ook nog eens een hele mooie job. Een soort media-adviseur. Iemand die goed kijkt naar de mediaverzoeken en wikt en weegt of medewerking past bij de klant. Daar komt het in het kort op neer. Het is een belangrijke taak, want het heeft alles te maken met reputatie, risico’s en resultaat. Op basis waarvan besluit je om in te gaan op een verzoek van de media? En net zo belangrijk: waarom wijs je het af? Wat voor redenen heb je daar doordacht voor bedacht? Wat zijn de eventuele gevolgen van deelname? Ben je nog onafhankelijk? Word je misschien niet aan het lijntje gehouden van het betreffende medium? Als je niet meedoet, wat dan? Voor jou een ander voor nu. Maar hoe zit dat in de toekomst? En wat weet je precies van die krant, website of programma? Hoe moet je het voor je zien? Of beter gezegd, hoe ziet de lezer, scanner of kijker jou? En dan heb ik het nog helemaal niet over wat je gaat zeggen.

Allemaal vragen die relevant zijn en vaak niet opkomen in het hoofd van de klant. Laat staat door hem of haar beantwoord worden. Bij de politie en bij de GGD, kreeg ik hier bijna dagelijks mee te maken. Mediaverzoeken, zeker bij de politie en in deze coronatijd, vast ook bij de GGD. Dat betekende:

Nadenken, ook over de dag na vandaag (eenmaal online, altijd online). Risico’s in kaart brengen (wat vinden andere partijen, maar ook collega’s ervan als we meedoen?). En van de redactie willen lezen (!) wat nu exact de bedoeling is (het is nogal van belang om te weten wanneer je directeur in een uitzending zit. Kan een andere partij op zijn woorden reageren? Wordt zijn verhaal in één keer gebruikt of geknipt? Oftewel, hoe zit het item in elkaar?).
En het belangrijkste: past medewerking bij wat je als organisatie, merk of persoon wilt zijn.

VI vroeg Nathan Rutjes, pardon zijn manager, of hij wilde meewerken aan de serie VI cultheld. Rutjes was door de lezers van het blad gekozen tot winnaar van in dit geval Sparta. Er volgde veel contact, maar weinig actie. Laat staan een interview. Het mocht en kon wel, maar wel met een container vol aan regels, voorwaarden en restricties, volgens Smit.

Het kon alleen op dag zelf, toen de manager en VI weer eens contact hadden. Maar dan wel telefonisch, er mocht niks over familie en vrienden instaan en ‘ook willen we vooraf de gehele tekst zien en de mogelijkheid hebben tot wijzigen inclusief koppen. Hoor graag of vanmiddag jou ook uitkomt.'

Alles wat hier fout kon gaan en wat Smit verkeerd kon doen, gebeurde hier. Jakobs verwoordde het maar op één manier en dat was de goede: ‘Het is wel goed met Smit.’ Er kwam geen interview, maar dus wel een kritisch stuk in VI. Maar of dat nu de bedoeling was…?

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf acht in cijfers: