Draak

Blog 173 - 17 decmber 2019

Een wedstrijdverslag is zoveel meer

Afgelopen zaterdag las ik met veel belangstelling een artikel over Willem Vissers in de Volkskrant. Het was deze keer geen poëtisch wedstrijdverslag van zijn hand, maar het ging over hem en over zijn werkwijze als journalist. ‘Typen, scannen, typen.’ Dat was de kop.

‘Willem Vissers zit vooraan in het persvak, voorovergebogen over zijn laptop. Recht voor hem strekt de immens Johan Cruijff Arena voor zich uit: het bijna lichtgevende groene veld, de 50 duizend supporters. Het veld krijgt af en toe een snelle scan, maar zijn ogen zijn gericht op zijn scherm. Vissers heeft een deadline en hij tikt.’
Vissers zou deze passage zomaar zelf geschreven kunnen hebben, maar het artikel is van de hand van Myrel Morskate. Het gaat over hoe hij te werk gaat. In de eerste helft van een sportwedstrijd tikt hij niets. Hij kijkt, slaat op en bedenkt. In de rust schrijft hij zo’n 250 woorden, die hij in de tweede helft aanvult, verandert, schrapt en weer aanvult. Hij heeft de deadlinestress goed in de vingers. Weet wanneer de krant zakt en hij moet leveren. Weer een VAR-moment, opnieuw oponthoud. Een wissel, tijdrekken en nu weer een blessurebehandeling. Het zorgt alleen maar voor minder tijd voor mooie woorden.

Ik ken het verhaal van Vissers. Hij was twee keer te gast op de cursus voetbaljournalistiek, die in september 2018 begon en waar ik aan deelnam. Het was een HBO gecertificeerde opleiding van Fontys Hogeschool Tilburg en ik heb mij daar prima vermaakt. De cursus bracht ons overal en nergens. We begonnen in Nijmegen voor een aantal cursusavonden en NEC tegen FC Dordrecht. Daarna gingen we naar de KNVB in Zeist waar we letterlijk op de voetbalmiddenstip verbleven. Eenmaal gingen we echt de schoolbanken in Tilburg in en we sloten af in Wageningen. Op de Wageningse Berg. Ik schreef er vorig jaar een blog over.
 
Een kolkende Arena, een geweldige wedstrijd tussen Ajax en pak’m beet Lille en de belangen zo onbeschrijfelijk groot. Natuurlijk, de vergelijking gaat in alles mank met een amateurpotje verslaan. Het enige dat bindt is de liefde voor voetbal en dat je daar met jouw artikel de draai aan mag geven, die je wilt. Omdat jij die wedstrijd ziet en bedenkt wat en hoe je erover gaat schrijven.
Dat doe ik al jarenlang. Nog steeds met veel plezier. Ondanks de gierende kou, wederom een draak van een wedstrijd en dat je afvraagt wat je nu weer moet schrijven.

Twee weken geleden was ik in Darp. Voor de wedstrijd DVSV tegen Steenwijkerwold. Een verslag voor de Stentor. Die dekselse Darpers waren vorig seizoen een beetje per ongeluk gepromoveerd na het behalen van een periodetitel en het niet hoeven spelen van de nacompetitie. De ploeg speelde er wat verloren bij in die vierde klasse: vijf puntjes uit tien duels en – best knap – vijf goals gescoord. Ik was nog nooit in Darp geweest. Het voetbalveld ligt prachtig, middenin het dorp en heel bijzonder: op een soort verhoging. Een hokje aan de kant van de weg, parkeren tussen de bomen en een recht pad naar de houten kantine. Omhoog. Op weg naar de bestuurskamer. Het zou Vissers kunnen bekoren. 

Ik klop aan, doe de deur open, maar er zit niemand en belangrijker er ligt ook niks wat op een opstelling lijkt. Ja een lijstje met namen van spelers van het eerste, die nog een voetbaltas moeten krijgen. Dan maar de eerste beste man of vrouw aanschieten met een officieel DVSV-jack. Hij weet van niks, blaast wat sigarenrook mijn richting op en wijst naar de leider die zich ophoudt bij de kleedkamer. Van zijn telefoon mag ik wat foto’s van de namen van de spelers die het vandaag moeten doen tegen de koploper.

Ik weet genoeg en ga op een verhoging staan, onder de paraplu en tik af en toe wat op mijn telefoon. Ik twitter de hele wedstrijd, waardoor ik een tastbaar beeld heb van de 90 minuten. Na afloop spreek ik de enige doelpuntenmaker (het wordt 1-5) van DVSV. Naar huis en tikken maar. Eerst heel snel een internetverslag van 200 woorden, daarna een artikel van 500 woorden. En zo is er weer een zondagmiddag voorbij. Eentje zoals zo velen.

Dat was afgelopen zondag wel anders. Ik zat rustig op de tribune bij Steenwijk-FC Leo (Loon). Een duel in de kelder van de derde klasse. Niet zozeer de wedstrijd, maar veel meer het optreden van de scheidsrechter was gedenkwaardig. Hij schopte overduidelijk een speler van Steenwijk. Dat is bepaald niet iets dat je verwacht.
Ik kreeg in tegenstelling tot de wedstrijd tegen Darp geen invalshoekopdracht mee. Dus ik bedacht zelf wat, overlegde met de fotograaf en ging rustig achterover zitten. De handen diep in de zakken. Ik had spijt dat ik mijn laptop niet bij mij had, want het leek in alles een gewone wedstrijd te worden en dan kon ik meteen na afloop mijn internetverslag versturen. Het liep allemaal totaal anders en ik was de rest van de zondag bezig met het tikken van het schopverhaal. En voor de krant van woensdag komt er nog een vervolgverhaal met daarin reacties van de KNVB, de voorzitter van de club en de speler.

Maar laten we wel wezen. Dit zijn journalistiek wel de dingen waarvoor je het doet. Anders dan anders. Het blijft toch iedere keer bijzonder dat je mag bepalen hoe iets in de krant komt, wat mensen te lezen krijgen en wat ze daarvan vinden? Of het nu goed of slecht is. Of zoals Vissers het veel mooier dan ik kan zeggen of schrijven: “Het gaat mij uiteindelijk om de schoonheid van de wedstrijd. Daar zit alles in: boosheid, tranen, emotie, teamwerk. Het hele leven trekt aan je voorbij.”

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf twaalf in cijfers: