Drone

Blog 152 - 4 oktober 2019

Is er een verschil tussen commerciële tekst en een schilderij?

Afgelopen week stonden mijn tekstklussen in het teken van commerciële verhalen voor een magazine, dat binnenkort uitkomt in De Wolden. Voor de niet-kenner van het Drentse landschap: de gemeente De Wolden bestaat uit zeventien dorpen, waarvan Zuidwolde verreweg de grootste is. Maar ook plaatsen als Ruinen, Ruinerwold en De Wijk maken deel uit van De Wolden, net als Alteveer, Kerkenveld, Fort en Eursinge met nog geen honderd inwoners.

Alteveer. Het doet mij meteen denken aan een zomervakantie in Alanya Turkije. Ergens begin deze eeuw. Veel Nederlanders, veel zon en veel zoals je kon verwachten van zo’n vakantie. Handdoekjes voor dag en dauw, drinken en eten bij de vleet (mooi woord trouwens, heeft iets te maken met haringnetten) en verder niks. Je ontkomt er niet aan, maar af en toe praat je met een landgenoot. Zo ook iemand die zichzelf introduceerde met: De schrik van Alteveer. Hij zou ongetwijfeld zijn echte naam gezegd hebben, maar die ben ik domweg vergeten. Wel herinner ik mij zijn zoontje. Die was gebombardeerd tot handdoekenlegger eerste klas en wachtte na zijn arbeid, altijd op zijn ouders als ze klaar waren met wakker worden, opstaan en ontbijten.

Afgelopen week tijdens één van de commerciële interviews vertelde ik dat verhaal ook. De eigenaar van een garagebedrijf uit Zuidwolde lachte wat en kwam met een beschrijving van de schrik van Alteveer, maar die klopte niet echt.
Het was trouwens een heel leuk gesprek, zo in de kantine. Gewoon met een peuk erbij, een gevulde koek en goede koffie. Zoals een interview eigenlijk hoort te zijn. Toch merk ik een verschil. Tussen de gewone artikelen en de commerciële teksten. Voor die laatste content moet worden betaald. Daarvoor krijg je een redacteur op bezoek en worden er foto’s gemaakt. En wie betaalt, bepaalt. Min of meer, want zelf wil ik onafhankelijk zijn en blijven. En vooral niet afwijken van mijn manier van interviewen en schrijven. En dat wringt weleens. Mijn werkwijze is niet anders dan anders. Ik lees mij in en bereid mij serieus voor. Het mooie en verrassende is vaak als je met een detail komt of iets opvallends. Gezien op de website, gespot op social media of iets dat je al dan niet toevallig weet.

Zo was ik deze week bij een makelaar. Hij had een drone aangeschaft om foto’s te maken. Alleen was er iets misgegaan en de drone verdween letterlijk uit beeld. De makelaar deed nog een wanhoopsoproepje op Facebook, maar de drone kwam niet boven tafel, laat staan bovenin de lucht. Ik begon het interview dan ook met te vragen of de drone alweer gevonden was. Een lichte verbazing en lach op zijn gezicht. De sfeer was meteen goed en dat is iets dat heel belangrijk is tijdens een interview.
Mensen nemen je serieus, vertrouwen je wellicht wat meer toe en er ontstaat echt een gesprek in plaats van een recht-toe-recht-aan vraag- en antwoordvorm. Het interview moet gewoon goed zijn. Voor de klant, maar ook voor mij, want niemand heeft er wat aan dat er een tekst in het magazine komt waar tweeledig onvrede over is.

Ik moet dan altijd denken aan een mediatraining die ik kreeg van Ad Everaars. Ooit hoofd communicatie bij de NCRV. Ik werkte toen nog bij de politie en hij gaf mediatraining aan politiechefs en ook aan de medewerkers van voorlichting en communicatie. Het was een mooi middagje. En leerzaam ook.
De chefs, de een nog met meer tekens op de schouder dan de ander, dachten dit wel even te doen. Viel een beetje tegen. De één lulde zich vast, de ander bewoog als een malle voor de camera en weer een ander hing achterstevoren in zijn stoel, toen hij op een zeer ongemakkelijke manier een microfoon onder zijn besnorde neus kreeg. Hij had natuurlijk moeten gaan staan, om op gelijke hoogte te komen met Ad en vervolgens een wat comfortabele plek te zoeken voor het vraaggesprek.

De tip die Everaars mij meegaf was dat je als geïnterviewde best op een gegeven moment mag stoppen of ingrijpen tijdens een interview. Onder het mom van, dit gaat niet de goede kant op. Laten we het overdoen, want jij bent ook niet gebaat bij een slecht item.

Dat houd ik altijd in mijn achterhoofd. Zoiets gaat ook een rol spelen op het moment dat je de tekst aanbiedt ter controle. Let wel, je bent als journalist niet verplicht om het te doen. Maar ik doe daar - zeker gezien de commerciële belangen - niet zo moeilijk over. Alleen wat is het dan ronduit jammer dat dat vaak verkeerd begrepen wordt. Dan gaat de interviewer ineens op je stoel zitten en de tekst herschrijven, omdat hij dat toch wat mooier vindt. En oh ja, ondanks mijn standaardvraag aan het eind van het zakelijke interview of er nog iets in het artikel moet dat we niet besproken hebben, komt er dan toch een zinnetje of tig.

Het gevolg: de tekst is ineens te lang, de taalbruggetjes en tekstovergangen hebben geen functie meer en je leest ineens twee schrijfstijlen. De ene journalist accepteert dat klakkeloos en ik heb het ook weleens gedaan, maar doe het niet. Niet meer. Mijn verhaal is de basis, feitelijke uitglijders repareer ik meteen en een kleine aanpassing wil ik wel doen, maar voor de rest... Is dat nou zo moeilijk te bevatten?

Misschien helpt deze vergelijking. Een schilder maakt een mooi schilderij van een vrouw. Zij beoordeelt het, zegt dat ze een klein detail niet goed vindt en de schilder pas het aan. Even later pakt de vrouw de kwast en kliedert er wat bij. De schilder was wat vergeten. Dat moest toch wel even gemeld of in dit geval geschilderd worden. Hoe zou de schilder dat vinden? Dat laat zich raden, of het moest gaan om een Anton Heyboer

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf vijftien in cijfers: