Haren

De voetbalcompetitie zit er voor mij op. Redactioneel gezien dan. Alle beslissingen zijn gevallen, er was voor- en tegenspoed en voor veel amateurclubs was het een heel lang seizoen. Het terugkijken kan beginnen. Deze week interviewde ik de welbespraakte Eric-Jan Lijzen van Alcides. De middenvelder triomfeerde met een promotie naar de hoofdklasse en eindigde zo zijn 32 jaar durende loopbaan.

In een paginagroot artikel in de Meppeler Courant beschreef hij zijn eerste voetbalstapjes als dreumes van amper zes jaar, tot aan afgelopen zondag toen zijn ploeg mede door hem zegevierde in de nacompetitiefinale en komende jaargang zodoende weer hoofdklasse speelt. Dat gaat gebeuren zonder Lijzen. Hij had zijn besluit om te stoppen al genomen en liet zich niet omlullen met een biertje op, een arm op zijn schouder en goed bedoelde smeekbedes. Nou weet ik uit ervaring dat een Lijzen niet lult. Naar een Lijzen luister je, schreef ik eerder in de krant.

Ik moest eraan denken toen ik voor mezelf naging hoe het begrip media opgepakt en ingevuld wordt bij amateurvoetbalclubs. Ik wilde schrijven van ‘niet best’, maar toen dacht ik van laat ik het anders formuleren: het is heel verschillend. De laatste jaren en zeker de afgelopen jaargang, heb ik ontzettend veel thuiswedstrijden gezien van Alcides in Meppel. Als ik daar kwam, kon ik uiteraard doorlopen, want de pers mag gratis naar binnen. Alhoewel?
Het komt nogal eens voor dat je letterlijk wordt tegengehouden en je eerst een preek moet aanhoren over dat het vroeger allemaal beter was in krantenland en dat het tegenwoordig niks meer voorstelt. De riedeltjes over vanzelfsprekende maar ontberende aandacht voor hun cluppie, het gebrek aan sportpagina’s en de vergeelde tijden dat er nog echte sportverslaggevers waren, ken ik wel zo’n beetje. Maar Steenwijk is geen Meppel, dus bij Alcides mag ik gewoon naar binnen en naar boven.

Alcides heeft in de ontvangstruime een apart perstafeltje. Ja echt. Een bordje prijkt pontificaal op tafel. Dat is meteen duidelijk. Ik heb zelfs een vaste stoel en de bar is aangrenzend. Als dan het fluitsignaal begint en je aan de slag gaat – Alcides heeft prima wifi dat geldt zeker niet voor alle clubs – heb ik nagedacht over wie ik na de tijd wat gaat vragen voor mijn krantenverslag. Niet altijd de trainer, of aanvoerder, maar ook eens een keer iemand anders. Natuurlijk ontkom je niet aan de topscorer van de dag, de man die het meest ongelukkige eigen goal ever maakte, de trainer (en die van Alcides kan goed babbelen hoor) of aan de invaller die meteen een rode kaart pakte, maar toch.

Een keer afwisseling is prima. Daar wordt iedereen beter van. De lezer want die leest eens wat anders. Ik, want ik leer zo’n speler wat beter kennen en de speler zelf. Hij doet media-ervaring op. Hij moet toch even nadenken over wat hij zegt en bewust zijn dat zijn verhaal ook op social media komt en dus veel en makkelijk gedeeld kan worden. Kortom, gratis mediatraining dus. En daar mag een vereniging best even bij stilstaan. Niet alleen bij die media-aandacht, maar ook bij de gratis mediales die de spelers krijgen. Want laten wel wezen, daar wordt nauwelijks iets aangedaan. Bij bijvoorbeeld HHC Hardenberg is dat professioneel geregeld, weet ik. Maar dat is een club die derde werd in de tweede divisie en het gewoon goed geregeld heeft met een perscontactpersoon.

Hebben andere verenigingen daarentegen weleens nagedacht over de volgende vragen: Is er een mediaman, die één en ander coördineert, die met het team voorafgaand aan het seizoen gaat zitten om perszaken te bespreken? Iemand die actief de media opzoekt, kansen ziet, aan media-attendering doet en zorgt voor begeleiding? Iemand die meeluistert met interviews, voor en na de tijd adviezen geeft en helpt om beter te worden voor microfoon, camera of schrijfblok? Nee.
En dat kun je de amateurclubs ook niet geheel kwalijk nemen, want vindt maar eens zo’n iemand. Toch zou bijvoorbeeld een teammanager daar best een rol in kunnen spelen.

Zelf heb ik dat ook gedaan bij FC Zwolle A1 en FC Zwolle Vrouwen. Iedere wedstrijd stond RTV Oost te filmen bij de vrouwen en wilde na de tijd standaard een interview. Met de trainer, met de aanvoerder of met de doelpuntenmaker. Toch ging ik daar niet altijd in mee en trok ook andere speelsters er met de haren bij (dat gaat bij vrouwen ook gemakkelijker, want ze zijn veel gedisciplineerder en luisteren beter dan heren).
Wat ik wel deed, is dat ik ze van tevoren wat influisterde en altijd bij het interview bleef en ze na de tijd standaard een compliment gaf. En zo kreeg iedereen haar media-optreden. Al doende leert men, zowel binnen als buiten het veld. Dat geldt ook voor het huidige amateurvoetbalwereldje.

Laat clubs er maar eens over nadenken en ermee bezig gaan. Ook Alcides, als nieuwgebakken hoofdklasser, wat ook weer extra media-aandacht oplevert. Juist nu. Misschien iets voor Eric-Jan Lijzen?


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf vijftien in cijfers: