Hooivork

De warmte maakt ons behalve loom en sloom, ook agressief en intolerant. Vandaag is het de warmste dag van de week. Laatst stond er weer een groot artikel over zomerruzie met de buurtjes in de krant. Mensen zijn veel buiten, er is veel lawaai en dus ergernis. Het is van alle tijden en ik ben bang voor altijd.

Tien jaar geleden publiceerde Trouw dit artikel al. Er worden enkele voorbeelden genoemd. Gooien met kokende olie en water bijvoorbeeld. Dat gebeurde dus in Amsterdam, maar wat verder struinen op internet leverde opmerkelijke conflicten elders in het land op. Over koude pannenkoeken, over een stukje grond met een omheining als gevolg en knallende ruzie met de buren over – mijn lievelingsbeest – een kat. Iets dichterbij huis doen we het met een hooivork. Die heb je blijkbaar gewoon in de schuur staan, ook al woon je in een rijtjeshuis.

Hitte maakt iets in ons los. We zijn wat van slag en kunnen niet meer helder en rationeel denken. Ook doen of laten dingen die we met een plensbui blijkbaar anders invullen. Een uitdrukking gelieerd aan hoge temperaturen is 'Iemand het hoofd warm maken' oftewel iemand kwaad maken. Ik moest daar aan denken toen ik laatst eens rondkeek in mijn directe omgeving.

In de rustieke buurt Holtenbroek. Vroeger bekend als de wild-west plek van Zwolle. Er zou werkelijk van alles gebeuren wat het zon- en daglicht niet kon verdragen en je kon er maar beter niet wonen. Toen ik ging studeren woonde ik er al. Voor 250 gulden per maand trok ik bij iemand in, in een flatje aan de inmiddels gehalveerde Beethovenlaan. In de oude situatie voor de goede orde, dus met een pleintje voor ons en uitzicht op het aftandse winkelcentrum Sweelinckplein met een Edah en een videotheek met een groot blauw gordijn.

Ik woonde daar prima en lachte de verhalen weg over dat iemand in de bus was gestapt met een vuilniszak waar een hand uitstak en dat er iedere week wel een bankstel van drie hoog naar beneden werd gegooid. Het viel allemaal reuze mee. Een keer kreeg ik wel de schrik van mijn studentenleven. Samen met wat vrienden stonden we beneden bij de flat bij zo’n stenen vuilniscontainer. Een lawaai van jewelste. Ach, het zou wel zo’n stomme kat zijn, dacht een ieder. Opeens ging het luik open en kwam een lange man ijzig kalm omhoog. Een mens dus. Met een soort van bananenschil op zijn hoofd keek hij ons net zo verbaasd aan als wij hem en stamelde dat hij zijn sleutels kwijt was. Hij had echt overal gezocht...Succes!

Toen ik in 2006 wederom in de wijk ging wonen, was Holtenbroek Holtenbronx eigenlijk niet meer. Nieuwbouw, speeltuinen, schommels en veel jonge gezinnetjes. Maar het was er andermaal prima vertoeven. Er ging eens een gezinnetje uit elkaar en weg, er kwam wat bij, maar het was allemaal vertrouwd. Zodoende leerde je ook de gewoontes kennen van deze en gene.
Zo staat er ieder jaar een caravan pal voor mijn voordeur. Niet een dag of maximaal drie, maar gewoon een week of twee. Blijkbaar zijn de eigenaren niet bereid om het volle tarief te betalen voor de stalling. Nieuw dit jaar was, dat er nog een caravan bijkwam. Het was nog net geen mini-camping en het wachten was totdat de buurman met toiletrol op de tast zijn (mobiele) huis binnentrad. Wel zo gezellig toch?

Afgelopen week waren de sleurhutten verdwenen, maar kwam er weer wat anders en elders voor terug. Een feestje tot echt diep in de nacht met een hoop geschreeuw, gelal en gedoe. Daarna was er de trampoline. Terug van weggeweest. Op openbaar terrein – het hofje waar ik woon kent een vereniging van eigenaren met een gezamenlijk terrein – op straatstenen en dat pal naast mij. Iedere sprong dendert door mijn huis. In vroegere tijden stond het springgevaarte vlak voor mijn huis op het gras. Inderdaad het caravangras en waar mijn jongens ooit op voetbalden. Toen dat nog kon. 
Kunnen de eigenaren hun trampoline niet achter hun eigen huis zetten? In theorie kan het, de praktijk wordt er eentje met behoorlijk wat hindernissen van veel fietsen, overvolle containers en andere beletsels.

Natuurlijk, ik kan doen wat iedere buurtbemiddelingscoach, wijkagent of ervaringsdeskundige mij standaard adviseert. Het hele internet staat er vol mee: communiceren, bespreekbaar maken en dan lost het zich van zelf op. Tenminste dat zegt men. Fout. Oneens. Niet waar. Daar ben ik zo op tegen. Ja, tegen deze manier van communiceren in dit geval. Wat ik dan wel zou willen? Empathie. Verplaatsen in de ander, door de ander. Helder denken. Omdenken.

Stel, je zet een caravan letterlijk voor iemand neus. Denk dan eens om de ander op het moment dat je je mobiele huis ontkoppelt en op het gras plant. Loop een deur verder, bel (bij mij) aan en zeg van ‘deze staat er een poosje en ik weet dat dat niet mag, maar medio volgende week is die weg.’ Prima, no problemo, dank voor melden.
En dat feestje even verderop? ‘We hebben zaterdag een feestje, het kan nog al laat worden, dus dan weet je dat.’ Gezellig zeg, po-lo-na-ise en proost. ‘Die trampoline maakt inderdaad een hels kabaal, maar vanaf volgende week staat die weer in de tuin, maar we moeten eerst opruimen en dat gaat nog wel dagen duren.’ Nou vooruit, ok dan. Weet ik voor nu even genoeg. 

Mijn moraal is dat degene die het veroorzaakt ook degene moet zijn die actie onderneemt. En niet iemand die er terecht last van heeft. Noem het buurtbemiddelingscommunicatie nieuwe stijl. De zomereditie zeg maar. Vanaf nu invoeren en tot in de eeuwigheid, want nu is de tijd rijp. Oftewel het ijzer smeden wanneer het heet is. En dat is het...

Ook doorpraten over deze ‘nieuwe’ vorm van communicatie? Neem gerust contact met mij op. Voor het al dan niet oplossen van burenruzies, klik hier.

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf veertien in cijfers: