Lach

Blog 101 - 12 april 2019

Voor wie dit weekend binnen wil blijven vanwege het plotselinge koude weer, wie niets te doen heeft en wie ook nog eens bovenmatig geïnteresseerd is in de verhouding voorlichters en journalisten, heb ik dit in de aanbieding: het grote journalistenonderzoek 2018. Het kwam onlangs uit (laat hoor!) en Frankwatching schreef er een artikel over.

Het komt erop neer dat de samenwerking media en woordvoerders verreweg van ideaal is. Dat is niks nieuws, want het schuurt, wringt en spant nog steeds aan alle kanten. Het zit blijkbaar ook nog steeds diep, want ik las dit: “Hoe om te gaan met de vele woordvoerders in Nederland die het nieuws willen beheersen.” Alsof het voorlichtersgilde een soort van plaag is, die bestreden moet worden.

De algehele en algemene kritiek: Voorlichters schermen veel te veel met de organisatiebelangen en geven daarom vaak nietszeggende antwoorden, zijn niet bereikbaar en willen te veel invloed uitoefenen. Ik moet zeggen, het is herkenbaar. Wel jammer dat het onderzoek maar één kant belicht.

Waarom? Omdat ik beide kampen ken. Ik begon ooit als journalist bij de Elburger Courant, werd bij Politie Flevoland binnengehaald als redacteur voor de vele offlinemiddelen die er toen nog waren, maar werd daar ook woordvoerder. Die voorlichtersrol vulde ik wat anders in bij GGD IJsselland en GGD Nederland, voordat ik nu bijna een jaar eigenaar ben van Mediabureau MEER. Tussendoor was en ben ik nog steeds sportjournalist bij diverse kranten.Die twee verschillende rollen betekent schakelen tussen bijvoorbeeld een reportage over een lezing van Hugo Borst in de bibliotheek van De Wijk en een media-advies aan spelers van Coniche Topvolleybal Zwolle.

Ik kan mezelf vervolgens afvragen of het moeilijk is om op beide borden te schaken, maar mijn antwoord is heel simpel: nee. Als je er maar open en duidelijk over bent. Bij het KNVB-bekerduel Alcides tegen AZ, was ik perschef. Dat heb ik met ontzettend veel plezier gedaan, tot aan het beheer van het Alcides Twitteraccount toe tijdens de wedstrijd. Ik werd er zelfs van verdacht de muziekkeuze te hebben samengesteld. Dat was uiteraard niet zo, maar ik heb die dagen ervoor en erna er geen krantenletter over geschreven.

Mijn gewaardeerde collega Flip Vellinga schreef in de Meppeler Courant van 28 september 2018 dit: “Voor deze ene dag beheert Riemens het Twitteraccount van Alcides. Het is dan ook geen toeval dat hij bij rust, wanneer de stand inmiddels 0-4 is, melding maakt van ‘een prachtige voetbalmiddag.’ Er zijn mensen die hem ervan verdenken dat hij de muziek verzorgt, want in de pauze knalt het nummer ‘Je krijgt die lach niet van mijn gezicht’ van John de Bever uit de luidsprekers.”

Inderdaad lachen. Terug naar het onderzoek. Wat mij dus opviel, is dat het heel eenzijdig is. Journalisten beklagen zich over woordvoerders. Andersom lees je er niets over, terwijl hoofdstuk 9 toch een hoopvolle titel bevat: ‘Uitdagingen voor journalisten.’

Ik heb zelf drie klachten of uitdagingen als het gaat om journalisten.

Vooral toen ik bij de politie werkte, viel mij één ding op: journalisten zijn aartslui. De politie was hofleverancier van het Flevolandse nieuws. Zeker bij Omroep Flevoland dat langs de snelweg huisde. Hoe vaak ik wel niet op één dag door verschillende redacteuren ben gebeld… “Die aanrijding op de A6. Is al duidelijk wat er gebeurd is, hoeveel auto’s erbij betrokken zijn, aantal gewonden al bekend, weet je al waar ze vandaan komen en hun leeftijd?” Mijn antwoord was ‘nee’ en als ik met mijn gevatte been uit bed was gestapt, dan zei ik van ‘als je je hoofd uit het raam steekt, weet je meer dan ik.’

Journalisten willen ook meteen informatie en snappen vaak niet dat ik dat als voorlichter niet meteen paraat had. Zeker bij de GGD, ging het vaak om landelijke cijfers van complexe onderwerpen die niet zomaar op te hoesten waren. “Hoeveel asbestadviezen heeft de GGD vorig jaar in het hele land gegeven?” Ok. Dus. “Dat heb ik zo niet paraat en zoek ik uit.” Dat koste tijd en daar was steeds minder begrip voor.

En als derde, journalisten zijn vaak heel slecht voorbereid. Lezen zich niet in, zijn niet goed op de hoogte en gaan vaak tijdens een mediabijeenkomst of vlak voor een interview nog een persbericht doorlezen of op de smartphone de laatste info tot zich nemen. Je voelt je dan niet altijd even serieus genomen als voorlichter. Moet je op jouw beurt dan wel heel veel moeite doen voor de media?

Kortom, er valt nog wel wat te winnen. Misschien wel een wereld. Weten hoe? Ik ken beide werelden, dus neem gerust contact met mij op om te praten over wederzijdse behoeften, samenwerking en begrip: www.mediabureaumeer.nl/contact.

 

 

 

 

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf zeven in cijfers: