Meermaals-78

25-01-2023

Van Berghuis, bellen tot dikke worstenvingers

Soms hik ik tegen Meermaals aan. Niet omdat ik opzie tegen het tikken van een stukkie tekst. Nee, dat eigenlijk nooit, maar meer het gebrek aan schrijfwaardige onderwerpen. Deze keer niets van dat alles, keuzestress alom.

Ga maar na. Het media-optreden van Steven Berghuis na Feyenoord-Ajax. Veel over gezegd, geschreven én gelouterd. Wat mij vooral opviel en plezierde was dat de Ajacied gewoon goed uit zijn woorden kwam, zijn zinnen afmaakte en op de juiste momenten stiltes liet vallen. Zodat zijn woorden niet alleen doeltreffend waren, maar ook indaalde daar waar zijn pleidooi thuishoorde. Bij iedere voetbalgek. Hij toonde gecontroleerde emotie en het opvoeren van zijn enige oma was ijzersterk. Vooral het woordje enige.
Berghuis’ interview was anders, het was raak en het was nieuw. Dat Hans Kraaij jr er weer als een stupide beginneling bij stond te hakkelen, was dat allesbehalve. Daar zouden de media eens wat aandacht aan moeten besteden.

Diep begraven

Een tweede onderwerp. Totaal anders. Telefoneren. Bellen dus. Recent las ik een wanhoopskreet van een ondernemer op LinkedIn. “Waarom is het tegenwoordig bijna onmogelijk om mensen in organisaties telefonisch te bereiken? Geen telefoonnummers op websites of diep begraven op pagina 5 van de Google zoekresultaten. Contactformulieren...”
Om te eindigen met: “Goh, geef mij één dag als communicatiemanager en ik regel het. Uw organisatie weer open en menselijk.”

Tja bellen. Vooropgesteld, een telefoonnummer moet te traceren zijn, maar dat de beller er altijd en overal maar vanuit gaat dat er subiet opgenomen wordt, is zo vorige eeuws. Bellen is iemand die beslag op jouw tijd legt, wanneer het jou wellicht niet uitkomt. Je hebt een keuze, maar die is merkbaar. Je neemt de telefoon op, of niet. En doe je het niet, dan blijft het je bezighouden. Kost ook weer tijd.
Hoe anders is dat met mail. Je ziet ‘m, je leest ‘m of niet en je komt met een antwoord. Nu of ooit. Een onzichtbare keuze die jou het beste uitkomt. Daar zit voor mij de crux. En geniet mijn voorkeur.

Proef op de belsom

De ander moet wat van jou, heeft een reden om te bellen, wat overigens soms ook niet waar is. Laatst nam ik de proef op de belsom. Een vriend van mij had in drie dagen drie keer gebeld. Ik drukte hem eenmaal weg, eenmaal nam ik niet op en eenmaal stuurde ik een appje met de vraag om te mailen of in te spreken. Op dag zes appte hij. Zijn vraag was of ik ergens aan gedacht had. Ik antwoordde met ja. Oké, zei hij. En ging na bijna een week over tot de orde van de dag.
Dat mensen nog steeds alleen maar bellen, geen voicemail durven in te spreken en een appje niet aandurven –  ik heb ook dikke worstenvingers, waaronder eentje die ook nog eens krom is – is echt niet meer van deze tijd.

Ontcijferende hiërogliefen

Oh ja, ik had ook nog uitvoerig willen schrijven over de internationale dag van het handschrift. Dat was 23 januari. Met veel interesse las ik dit weekend een krantenartikel over de waarde van het handschrift. ‘Met de hand schrijven is goed voor de creativiteit, de fijne motoriek en je geheugen’, aldus de getypte versie in het AD. Ik geloof het meteen, al gaat het voor mij niet echt op. Mijn handschrift neigt naar niet te ontcijferende hiërogliefen. Door die vermaledijde dikke worstenvingers houd ik mijn pen ook nog eens verkeerd vast en daarnaast heb ik de pech dat ik links schrijf. Vulpenonvriendelijker kan niet, maar daar hoor je dan weer niemand over.

 




Laat een bericht achter - aantal berichten: 0

Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf twaalf in cijfers: