Pak

Blog 131 - 26 juli 2019

Mediabegeleiding is echt het allerleukste

Ik moet zeggen dat ik geen frequent lezer ben van zijn columns. Soms lees ik er eentje met genoegen, maar vaak bekruipt mij het gevoel van ‘elke maandag zoveel ruimte in de Volkskrant en dan dit.’ Ik had meer verwacht.

Teun van de Keuken. Over hem heb ik het. Zelf heb ik hem ooit persoonlijk ontmoet toen ik nog bij GGD GHOR Nederland werkte. Niet in de hoedanigheid als columnist, maar Teun kroop toen in zijn huid van presentator van het onderzoeksprogramma De Monitor. Er werd aandacht besteed aan het onderwerp gastouderopvang. Het toezicht daarop is een taak van de GGD’en. Directeur Hugo Backx was één van de geïnterviewden in het programma en ik deed vanuit de afdeling communicatie de organisatie en begeleiding.

Ik heb het al eens eerder laten weten en merken, zowel schriftelijk als mondeling. Naast het maken van bladen en teksten schrijven, is mediabegeleiding echt het allerleukste aan het communicatievak. In dit geval begon het met een vraag van de redactie die bij mij binnenkwam. Of we wilden meewerken aan het programma. Even kort door de bocht de insteek: gastouderopvang en de malafide praktijken. Moet het niet net zo’n volwaardige opvang worden als de kinderopvang? En waarom wordt er niet of onvoldoende gehandhaafd? Wat moet er gebeuren om te zorgen dat de branche zuiver wordt en blijft?

Uiteraard kon ik niet zomaar ja of nee zeggen, maar ik zag wel kansen: het was landelijke televisie en die mogelijkheid krijg je tegenwoordig niet zo vaak. Ik overlegde met de directeur, de interim chef communicatie en de inhoudsdeskundige. Er volgde eerst een aarzeling, gevolgd door een voorzichtige ja en veel enthousiasme van de collega die er alles over wist. Alleen de directeur zou het woord voeren, want hij was het boegbeeld naar buiten, maar hij zat niet echt in het onderwerp. Een schone taak voor de afdeling communicatie.

Afijn, we werkten mee en vervolgens was er contact met de redactie, die heel braaf de vragen ging oplepelen die aan de directeur zouden worden gesteld. Dat was fijn, want wat voor iedere directeur geldt, gold ook voor hem: hij kan niet alles weten en moet zo snel en goed mogelijk voorbereid worden. Dat betekent maximaal een dubbelzijdig A4-tje met de highlights, cijfers (is de media gek op) de opvatting van GGD GHOR Nederland en dat vervolgens bespreken, doornemen en oefenen.

Een directeur druk je geen lijvig rapport in zijn mailbox, waar hij zelf het nieuws maar uit moet halen. Na het inlezen gaf hij aan voldoende op de hoogte te zijn. Inmiddels hadden we de vragen van de redactie als basis gebruikt voor onze eigen vragen en antwoorden, want ze wijken altijd af. Daarna was het oefenen geblazen. Dat betekende in dit geval dat mijn collega de vragen stelde, de directeur antwoord gaf en ik advocaat van de duivel speelde. Dat wil zeggen inhaken op zijn antwoorden, valkuilen opzetten, vuur aan de schenen dan wel woorden in de mond leggen, maar ook aangeven wanneer hij te snel praatte, geen antwoord gaf op de vraag of hem juist laten weten wat heel sterk was aan zijn betoog.

De grote dag van het interview brak aan. Daar ben je dan als communicatieprofessional bij. Je voorbereiding bestaat allereerst uit een opnamelocatie regelen (inclusief papiertje op de deur dat er televisieopnamen zijn, want dat maakt indruk en voorkomt dat die scheltetterende collega op de gang veel te hard uitweidt over haar gezellige borrel). Voor het interview zorg je dat de directeur er goed opstaat, fluistert hem nog wat toe en zorgt voor een glas water. Aangezien ik die dag in een gulle bui was, kreeg Teun van de Keuken er ook eentje.

Dat is overigens wel een mannetje hoor. Onberispelijk in pak, strakke kuif en kaarsrecht op zijn doel af. Nadat hij het interview had gedaan, deed hij een stap opzij, liep weg en pakte zijn mobiel erbij. Zijn taak was volbracht en hij zonderde zich af. Alsof hij als opperleeuw de arena verliet en de prooi overliet aan zijn onderdanen. Met de cameraman, mijn collega, de programmamaakster en de directeur, praatte ik (voor de gelegenheid ook in pak) nog wat na. Het was al met al een bijzonder tafereel, een typische werkwijze en blijkbaar een soort van ongeschreven regel.

En juist over regels en handhaving ging één van Van de Keukens recente columns. In Nederland slaan we door met regelgeving, maar handhaven we in de regel amper. Daar kwam het kort gezegd op neer. Ik moest eraan denken toen ik afgelopen week op het balkon zat van mijn hotelkamer in het Spaanse Carbrils. Ik keek naar buiten en zag alleen maar handdoeken en weinig hotelgasten. Ik weiger mee te doen aan die poppenkast door in mijn geval mijn twee jongens bepakt en bezakt op pad te sturen om drie ligbedjes te bemachtigen. Ik ben helaas een echte uitzondering.

Ons hotel maakte op de site stoer melding van dat er streng op toe werd gezien. De eerste dag – we hadden gewoon plek – lagen er briefjes op de handdoeken die er al uren eenzaam lagen. Naast ons ook. Een oud stel dat na pak ‘m beet een halve dag aan kwam slenteren, keek verbaasd naar het papier. Er was in dit geval niet alleen een woord Spaans bij, maar het kwam erop neer dat het hoofdschuddend in elkaar werd gefrommeld.

Waar was de handhaving? Op het briefje stond dat alle handdoeken zouden worden ingenomen en terug te vinden waren bij de receptie. Maar er gebeurde niets. De volgende dag niet, de dag daarna niet. Zelfs de papiertjes waren verdwenen. Omdat de hotelleiding het ook niet wist? Omdat het onbegonnen werk was? Of omdat er simpelweg geen oplossing is? Ik zou het eerlijk gezegd ook niet weten.
Voor de verandering ben ik het eens met (de slotzin van) Teuns column: ‘’Daarom stel ik nog één nieuwe regel voor: maak alleen nog nieuwe regels als je ze ook gaat handhaven.”

Prettige vakantie!

 

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf veertien in cijfers: