Schijtlijster

In een eerder blog heb ik al eens uitgelegd dat ik naast tekstschrijven, mij ook bezighoud met media-organisatie. Een onderdeel daarvan is het in de media verschijnen. Met andere woorden, je bent in de media en wat dan? Of wat dan niet? Dat laatste kwam recent voorbij.

Het BNN VARA programma Kassa kent de zogenaamde Schijtlijster. Dat is een prijs voor de organisatie die niet in de media verschijnt, omdat ze niet wil, kan of durft. In dit geval het ABP, dat niemand kon leveren voor een reactie op een item en ook niet in staat was om in het eigen kantoor in Heerlen een gesprek vooraf op te nemen. De reden: vanwege de schoolvakantie was er niemand beschikbaar. De directeur niet, want die had nou net zijn dure cruise gepland, de plaatsvervanger ook niet, want eindelijk met de kids een weekje in een bungalow in niemandsland en de voorlichter had drie maanden geleden al gezegd dat het huis dan geverfd werd. En dat kon alleen in de vakantie, want dan kon het kroost naar opa en oma.

Kas

Ter illustratie. Het ABP verdiende in 2015 43 miljard met beleggen en had drie jaar geleden ruim 340 miljard in kas. Geen lullige organisatie dus en dan dit. Wie het begrijpt mag het zeggen, maar dit is eigenlijk niet uit te leggen. Die hoge bedragen niet, maar ook niet dat er in zo’n onderneming waar zulke duizelingwekkende cijfers de ronde doen, wordt weggevlogen voor woordvoering.
Wie beslist dat?
Uiteindelijk is het een directiebesluit, die is namelijk altijd verantwoordelijk, ook of zeer zeker voor de communicatie. Alleen wie bivakkeert er op de afdeling communicatie? Die moeten hier toch voor gaan liggen, of stampij maken en hier met een harde g tegen in gaan?

Nu moet ik zeggen, dat verschilt nog al. Goedwillende net afgestudeerde communicatieprofessionals, die handelen volgens de letter der studie, maar geen enkele ervaring en benul hebben met media. Of oude rotten met een schat aan ervaring, een inhoudelijke kennis waar je stil van valt, maar die je met alle fatsoen niet voor een camera of microfoon kunt zetten.
Eigenlijk hebben gewoon heel veel organisaties, bedrijven en instellingen de woordvoering niet goed voor elkaar. En dan met name de regeltjes, de afspraken en hoe te handelen bij.

Zelf heb ik dat ook meegemaakt. Dan wordt er een belangrijk rapport gepresenteerd en is de kans (!) aanwezig op media-aandacht. Iedereen blij? Nou nee, want degene die het meest van inhoud weet, is helaas afwezig, vanwege veelal een reden van niets. Wel weet degene nog wat vragen te produceren: Hoezo moet er iemand beschikbaar zijn? De afdeling communicatie is er toch? Het is toch hun taak om vragen van de pers te beantwoorden en één en ander goed te verwoorden?

Sensatie

Ik vind het niet te vatten dat er zo gedacht wordt, maar het gebeurt. Er is vaak geen enkele kennis, benul en besef dat de werkgever hier onder lijdt, dat het afbreukrisico groot is en dat er veel imagoschade veroorzaakt kan worden. Medewerkers moeten beseffen dat ze op die momenten er moeten zijn met hun kennis en kunde ter ondersteuning van de woordvoerder of directeur die het woord voert. En ook dat ze media-aandacht moeten zien als een ware kans, om aandacht te krijgen voor een project, rapport of ander nieuws.

Een professionele media-organisatie is niet alleen goed voor de eigen onderneming, maar ook voor de media. Journalisten hebben namelijk ook baat bij een goed item of artikel. Zij willen hun werk goed doen en zijn echt niet alleen uit op sensatie, pootje lichten en vuilspuiterij.
Wijlen Sander Simons schreef ooit het boekje ‘Help! De pers belt!' met als boodschap 'Help een journalist in plaats van Help! Een journalist’.
Misschien kan het ABP de resterende voorraad opkopen en uitdelen onder het eigen (communicatie)personeel?


Laat een bericht achter - aantal berichten: 1



Colin
Goed verhaal en zeer herkenbaar.
30-05-18 | 07:13




Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf veertien in cijfers: