Vliegtuig

Blog 260 – 16 oktober 2020

De ultiene schrijftips

Blokjesverjaardag. Alcoholklok. Zo maar twee nieuwe coronawoorden die minister-president Mark Rutte dinsdag uitsprak tijdens de persconferentie. Al een tijdje circuleert op internet een lijstje met typische coronawoorden. Eentje daarvan is de Coronazi. Het staat er echt. ‘De taalnazi houdt zich vol overgave bezig met dt-foutjes, de coronazi ziet erop toe dat iedereen zich netjes aan de coronamaatregelen houdt.’

Corona doet alles met ons en dus ook met taal. Ton den Boon is de Nederlandse hoofdredacteur van de Dikke Van Dale en ook taalpublicist. De Taalbank is zijn initiatief en sinds het begin van de coronacrisis houdt hij een heus coronawoordenboek bij.
Erg grappig, onderhoudend en leerzaam. Wie weet wat de bierviltjesvirologie is? En waar komt disselen vandaan en wat betekent het? Of wie heeft er in deze slappe tijd een seksbuddy?

Er is volgens Den Boon een oorzaak dat zijn coronawoordenboek zo snel groeit (in april stonden er al 700 woorden in): de creativiteit van Nederlanders en hun verlangen om origineel te zijn. “Dat zijn gewaardeerde kenmerken in ons taalgebied. Je ziet het terug in de media, vooral in de kranten. Wie wil opvallen, zorgt voor opvallend woordgebruik.”

‘Wie wil opvallen, zorgt voor opvallend woordgebruik.’ Dat is zo waar als wat. Niks meer aan toe te voegen. Ik maak een taalbruggetje naar nog een voor mij onbekend woord of beter gezegd begrip: De Direct Duidelijk Brigade (DDB). Dat heeft ook alles met taal te maken. Met ambtenarentaal. De DBB gaat overheidsinstanties, gemeenten en provincies helpen bij het herschrijven van teksten. Ook organiseert de brigade trainingen. Het doel is om nog dit jaar de honderd meest verstuurde overheidsteksten te verbeteren, bijvoorbeeld in brieven, formulieren, folders en websites.

Dat was exact een jaar geleden. Deze week kwam het volgende (jaar)bericht naar buiten: ‘Veel ambtenaren hebben geen zin om brieven en andere teksten van de overheid begrijpelijker te maken. Sommigen vrezen minder serieus te worden genomen als ze simpeler schrijven. Volgens staatssecretaris Knops is een ‘cultuurverandering’ nodig’, aldus De Stentor.

Wat verderop staat (of mag staan ook?) een aantal voorbeelden. Eentje daarvan is deze:

Voorbeeld 1 (uitnodigingsbrief)

Oud:

‘Deze verdieping en bezinning op de toekomst van de tippelzone willen wij vormgeven door het gesprek met u aan te gaan via de publieke waarde cyclus met een zogeheten multiloogtafel.’

Nieuw:

‘We willen graag met u praten over de tippelzone.’

Daar is volgens mij geen woord Frans bij (of was het nou Spaans)? Wollig taalgebruik. Niemand vindt dat prettig leesbaar, is er leesfan van of heeft juist moeite met korte, krachtige en begrijpelijke taal.
Het internet staat bol van eenvoudige schrijftips. De vier ultieme tot de 110 alleszeggende en alles wat daartussen zit. Ik heb het in mijn blog vaak over een top drie, een handvol, de zeven (getal van de volheid) en de top tien. Die laatste gebruik ik nu ook. Ik maak gebruik van Blogkracht, omdat ik vind dat deze voorbeelden mij het meeste aanspreken. En daar is begrijpelijke taal toch voor bedoeld?

  1. Voorkom taalfouten.

Tja, we beginnen met het belangrijkste. Ook het meest voor de hand liggende. Ik kan alleen maar zeggen: bij twijfel niet inhalen, maar checken of navragen. En gun jezelf tijd voordat je op enter drukt.

  1. Schrijf (ongeveer) zoals je praat.

Gebruik gewone woorden en zinnen. Doe je niet anders voor. Herman Finkers zei ooit: “Je moet in feite gewoon niet te diep nadenken en dan klopt alles.”

  1. Gebruik een overzichtelijke structuur.

Ik zeg het mijn communicatiestudenten van CIBAP ook. Een verhaal heeft een kop en een staart. Werk met een inleiding, een middenstuk en een slot. Gebruik alinea’s, tussenkopjes en witregel. Zorg niet alleen voor herkenbaarheid met je schrijfstijl, maar ook met je structuur.

  1. Verplaats je in de onwetende lezer.

Eén van mijn favorieten. Hoe vaak begin jij net met lezen van de borden in de vertrekhal en zweeft de auteur hoog boven in de lucht in het vliegtuig. Een grote fout om niet empathisch te zijn, maar meteen de materie in te duiken en een loopje te nemen met de lezer. En dat is het. Leg uit, begin bij het begin en laat je verhaal desnoods lezen aan een nietsvermoedende passant, je eigen kind of die beeldschone verschijning die je nooit durft aan te spreken, omdat je zonder tekst zit. Nu niet meer.

  1. Wissel korte en lange zinnen af

Ik ben niet per se voor alleen maar korte zinnen. Juist niet. Ik ben een fan van de tricolon. Ik houd van korte zinnen, van lange en dus van de tricolon. Dat dus. Wissel af. Ik vind een lange zin, gevolgd door een korte met een soort samenvatting heel mooi. Echt heel mooi.

  1. Gebruik niet steeds hetzelfde woord

Ook zo’n klassieker. Laatst kreeg ik dit onder ogen: ‘Verder heeft de Kids- en Juniorclub moeten besluiten om bij activiteiten een eigen bijdrage te gaan vragen. Per activiteit zal gekeken worden wat deze bijdrage zal zijn. Wij proberen deze bijdrage natuurlijk zo laag mogelijk voor jullie te houden. Je krijgt tijdens de activiteit van ons wat te drinken en wat lekkers. Voor elke activiteit ontvang je een uitnodiging, in deze uitnodiging zal staan wat de eigen bijdrage voor die activiteit zal zijn. Houd de facebookpagina van de supportersclub goed in de gaten, daar worden ook alle activiteiten opgezet. Wij hopen jullie allemaal snel weer zien bij een van onze activiteiten!’

Het was een hele activiteit om er een goede alinea (of twee) van te maken.

  1. Wees zuinig met uitroeptekens!

Zie een eerder blog van mij.

  1. Zorg voor een pakkende titel.

Ik krijg weleens vragen van mensen die mijn titelblogs niet begrijpen. Kwestie van smaak. Daar kom je toch niet uit. Wat ik doe is al 2,5 jaar lang één woord als titel. En op LinkedIn stem ik daar de foto op af. Herkenbaar, dat dan weer wel.

  1. Maak een duidelijke (en korte!) inleiding.

Een aansprekende inleiding, die spreekt aan. Ik geef vaak als advies om met een vraag te beginnen. Een beetje afhankelijk van welke tekst, maar het spreekt wel vaak aan. Probeer niet in je inleiding alles te vertellen of weg te geven. Je wilt toch dat de lezer leest (graag), verder leest (ja, dat ook) en helemaal doorleest (als dat zou kunnen).

  1. Sluit goed af.

Nou dat dus. Een kop en een kont (kan ik op school niet zeggen).

Meer schrijftips nodig? Hulp bij je teksten of een schop onder je kont nodig om tot een tekst te komen, al dan niet door mij geschreven? Neem dan gerust contact met mij op via www.mediabureaumeer.nl/contact.

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf zeven in cijfers: