Vuurkorf

Mijn oog viel laatst op een artikel in VI over Marcelo Bielsa. De excentrieke Argentijn, die tegenwoordig Leeds United traint. En dat doet met behoorlijk succes. The Whites staan er niet alleen goed voor in The Championship, maar ook behoorlijk op de kaart, al komt dat vooral door hun opvallende televisiepresentatrice.

De topclub van weleer moet onder Bielsa’s bijzondere leiding terug naar het hoogste niveau. El Loco (de gek), wordt hij weleens genoemd. Maar Bielsa staat ook bekend om zijn tactisch vernuft. Of beter gezegd, zit. Bielsa zit tijdens thuiswedstrijden namelijk op een emmer, omdat de dug-outs van Leeds onhandig gebouwd zijn. Veels te laag. ‘Bielsa vond het maar ongemakkelijk steeds omhoog te moeten klimmen en heeft net als in Marseille zijn eigen kleine comfortabele woonkamer gecreëerd. Dit keer niet met een koelbox, maar een plastic emmer. Op een lomp blauw ding zit een man in trainingspak vaak roerloos naar het spel van zijn ploeg te kijken’, zo schrijft VI.

Het mooie van die emmer is, is dat de emmer een status aparte heeft gekregen. De commerciële afdeling van Leeds krijgt vragen van bedrijven die er met hun naam op willen en fans fotograferen de emmer. Dat deed mij denken aan vroegere voetbaltijden.

Een emmer was ook wel handig geweest voor een andere trainer: Bé Korf. De enige overeenkomst tussen hem en Bielsa is de letter b, want verder hebben de Argentijn en de amateurtrainer van weleer, niets met elkaar van doen. Toen ik redacteur was van de Elburger Courant, ging ik op 12 april 1997 naar Harskamp. Daar stond de wedstrijd Harskamp – SV ’t Harde geprogrammeerd. De kampioenswedstrijd van de ploeg uit ’t Harde die onder leiding stond van trainer Bé Korf. Korf, Zwollenaar was een uiterst vriendelijke man, maar ook een ontzettende zenuwpees. Hij rookte niet, maar tijdens wedstrijden wel en hoe. Twee pakjes gingen er doorheen. Een stapel peuken voor de dug-out. Het zag er niet uit. Soms smeulde een sigaret nog, terwijl de andere al werd aangestoken. Een soort van vuurkorf zeg maar. Pomphouder Van der Vegte uit ’t Harde legde elke zaterdag al twee pakjes klaar voor de trainer, die bij hoog en laag beweerde, de rest van de week geen peuk aan te raken. El Loco in ’t Harde zeg maar.

Ach, en zo heb ik zoveel bijzondere trainers meegemaakt. Niet dat ik een begenadigd voetballer was, maar door mijn journalistieke werk en teammanagerschap, kwam ik aardig wat bijzondere en bekende types tegen. Met de één heb je wat meer dan de ander. Ik heb wel wat met reële trainers met een vlotte babbel, zonder meel in de mond. Recent was ik nog op pad met Wilco Niemer van Alcides. Hij is gewoon wie hij is, praat niet anders (en ook niet minder) als er een journalist aan boord is en is gewoon eerlijk als hij geniet van zijn ploeg, maar er ook van gruwelt.
In mijn tijd bij Elburger SC maakte ik als teammanager Marcel Lötters mee. Een ontzettend bezeten trainer, die spelers ook daadwerkelijk beter maakte. De essentie van het trainerschap. Zelfs op de vrijdagochtend trainde hij spelers en zijn besprekingen waren altijd duidelijk: balbezit, balverlies en spelhervattingen. Hij kon ook wel wat, want hij was ooit assistent-trainer bij De Graafschap, alleen sociaal en empathisch was Lötters niet zo goed onderlegd. Dat was Jan-Jaap Kooistra juist weer wel. Toen ik teammanager was bij VSCO’61, was hij het seizoen daarvoor gepromoveerd naar de eerste klasse. Dat werd uiteindelijk een moeilijk seizoen, met degradatie tot gevolg. Kooistra hield de sfeer er wel goed in, maar tactisch was het die jaargang niet voldoende.

Bij PEC Zwolle kreeg ik te maken met twee, ook weer aparte trainers. Brucht Bergsma bij toen nog FC Zwolle A1. Ik kon ‘m niet altijd peilen, behalve dat hij heel eigenwijs was als het ging om uitwedstrijden. Het was nog de tijd dat Zwolle één schamel busje had voor de hele jeugdopleiding. Eén busje, met gladde banden en niet functionerende ruitenwissers en dat vervoer werd toevertrouwd aan de leiders. Menigmaal heb ik het busje gereden door weer, wind en wat al niet meer. Wat was ik oprecht blij dat ik veilig overkwam op de plaats van bestemming. Bergsma reed in zulke gevallen met zijn eigen auto en het liefst alleen of met zijn assistent. Alleen hij vergat altijd de uitgeprinte routebeschrijving mee te nemen.
We hebben het over 2004. Heel mobiel waren we nog niet met zijn allen, waardoor het vaak wachten was op trainer Bergsma, die op een verkeerd sportpark stond. Eenmaal speelden we uit tegen Ajax A2. We gingen met de auto, wonnen met 0-1 en het was een allesbehalve terechte zege. Bij Ajax toen spelers als Jan-Arie van der Heijden en Mitchel Mc Donald en op de bank ook een bekende trainer: Alfons Groenendijk, nu hoofdcoach van ADO Den Haag.

Oud-prof Bert Zuurman was mijn trainer bij de Vrouwen van PEC Zwolle. Ik heb nog nooit zo’n relativerende trainer meegemaakt. Dat er niet voldoende spelers waren, de materialen niet op orde waren of dat we bij FC Utrecht uit al na 42 minuten definitief van het veld moesten vanwege onweer en dat we omwille van een speelster die niet kon plassen tijdens de dopingcontrole, toch heel lang moesten wachten, het deerde Zuurman totaal niet.

Ach, zo heeft elke trainer wel wat. De één is een volksmenner, een ware bespeler van publiek, media en scheidsrechter, de ander pompt zijn spelers vol met tactische opdrachten en weer een ander, is de rust zelve, beschouwt en zit op een omgekeerde emmer. “Het is een emmer. Meer kan ik er niet over zeggen. Het is een comfortabele emmer”, aldus Bielsa. Het meest essentiële van een trainer lijkt mij dat je er overal en altijd wat van opsteekt. En dan geen sigaret...

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf zes in cijfers: