Maag

Blog 167 – 26 november 2019

Wat maakt je een goede woordvoerder?

In de Volkskrant van zaterdag stond een hele mooi aflevering van ‘het eeuwige leven.’ In die rubriek beschrijft Peter de Waard het leven van een dode. Van de gewone man of vrouw, die toch wat bijzonder was. Ik mag het graag lezen. Zo ook deze keer. Het ging over Tiny Plooijer. Wie? Juffrouw Plooijer zoals ze werd genoemd, werd in de jaren zeventig de hoogste vrouw bij AH. Ze deed de pr en was hoofdredacteur van het klantenblad Allerhande.

Het kwam erop neer dat ze de communicatie met de media onderhield. De Waard beschreef het als volgt: “Zij wist aan de directie duidelijk te maken waarom het pr-beleid zo belangrijk was. Dat het erom ging je in de geest van de klant, de journalist, de overheid te verplaatsen om zo vragen goed te beantwoorden. Ja, sommige vragen zelfs voor te zijn.”

Maar het artikel gaat verder. Wat deed juffrouw Plooijer nog meer? Behalve zo lees ik, ‘afstand houden tot journalisten en geen gezoen’? Altijd antwoord geven, op een zakelijke manier, maar wel met humor. Ze was ook altijd bereikbaar en dat in de tijd dat er nog geen mobiele telefoons waren. Ga er maar aan staan. Tiny Plooijer was haar tijd ver vooruit.

Ik moest eraan denken toen ik zelf woordvoerder was. Dat was ergens in 2002. Ik had er zes jaar lokale journalistiek opzitten, woonde in Elburg en solliciteerde bij Politie Flevoland. Als bedrijfsjournalist en communicatiemedewerker. Dat eerste betekende dat ik folders, brochures, maar ook de bekende Politiewijzer mocht schrijven of herschrijven. Dat was niet het enige, want ik werd prompt hoofdredacteur van het personeelsblad Flevocopy en van het externe magazine PolitieWijzer. Een mooie journalistieke tijd, want ik kreeg veel vrijheid.

Zo had ik een gastcolumn geïntroduceerd waarin bekende Flevolanders in een gastcolumn iets vertelden over de politie. Namen als Jeroen Donderwinkel (beter bekend als Jeroen van Inkel), Edsilia Rombley en Hedwiges Maduro schieten mij zo binnen. Al moet ik meteen zeggen, dat Maduro - toen nog een supertalent bij Ajax - nooit in het blad verscheen. Ondanks dat ik een agent kende, die op zijn beurt Maduro’s moeder weer kende en het zou vragen.

Maar ik schreef ook over agenten die hadden moeten schieten. Dan stond je als schutter heel veel te wachten, tot aan de Rijksrecherche toe en de volgende dag ‘verplicht’ weer schieten op de schietbaan. Ga daar maar aan staan. Het was overigens ook de tijd dat ik dankzij een IBT-instructeur (integrale beroepsvaardigheidstrainingen) regelmatig op de schietbaan te vinden was. Samen met de nieuwe stagiaire van de afdeling communicatie. Zelf schieten. Voor de lol. Tegenwoordig totaal ondenkbaar.

Even terug naar de PolitieWijzer. Dat was zeg maar de gemeentegids van de politie op A5-formaat. Iedere gemeente had er eentje. De Noordoostpolder/Urk was één editie. Dan had je nog Dronten, Zeewolde, Lelystad had er twee en Almere vier. Een overzicht van wie is mijn wijkagent (Ik werd helemaal kriegel van de kreet: ‘Kennen en gekend worden. Daar draait het om.’ Het enige dat daarvan ging draaien, was mijn maag) tot onderwerpen als verkeerspolitie (waarom mag de politie alles in het verkeer en moet de burger zich wel aan de regels houden?), zakkenrollers (pas op!) en steevast een servicepagina over hoe je een klacht kon indienen over de politie.

In het midden zat een invulvel met alleen maar lege regels. Je trok het er zo uit. Bedoeld voor de betere suggesties en tips voor de zogenaamde basiseenheid van de politie. Even invullen en hup opsturen naar een antwoordnummer. Samen maken we Flevoland veiliger. Dat idee.
Nou dat hebben we geweten. Een aantal Flevolanders ging helemaal los en schreef voor-, achter- en zijkant compleet vol. Natuurlijk over die belachelijke verkeersboetes (zakkenvullers!), over dat je de politie nooit zag in de wijk (iets dat toen al niet werd ontkend door de politie vanwege te weinig capaciteit) en uiteraard over agenten een keer door rood reden, geen richting aangaven en dat zonder sirene, maar alleen met zwaailampen (bij een inbraak is het niet handig om hoorbaar aan te komen). En dan laat ik de scheldwoorden (met een -d toch?), Bijbelteksten en het traditionele 'ga toch boeven vangen', gemakshalve buiten beschouwing.

Maar zoals gezegd, ik was niet alleen bedrijfsjournalist, maar ook communicatiemedewerker en later -adviseur. En in dat pakket zat ook het woordvoerderschap. Aan de ene kant werd je zo het diepe ingegooid als je op piket stond, maar er was altijd achtervang. Dat hield in dat je 24 /7 bereikbaar moest zijn en dat een week lang. Van vrijdagavond tot vrijdagavond. In de begintijd deed ik geen oog dicht en keek alleen maar op mijn nachtkastje naar de mobiele telefoon, kladblok en pen. Ik zou gebeld kunnen worden.

Ben je wat verder in de tijd, dan leer je daarmee omgaan, maar echt wennen doet het nooit. Weken waarin je elke nacht uit je nest wordt gebeld. Door de pers (‘die brand in Heerenveen, hoe is het….ooh ik zie het al, dat is Friesland geen Flevoland. Doei.’), maar ook door collega’s (‘ik kan niet zo hard praten want we zitten op dit moment achter een inbreker aan. Yes. Hebbes!’) en het kon zijn dat je ter plaatse moest. Een samenspel van diezelfde pers en politiecollega’s.

Er werd dan namelijk gevraagd om een voorlichter en dan had je maar te gaan. Dat veranderde in de loop van de tijd wel. Ik ging steeds meer in discussie of het wel een meerwaarde had dat er een voorlichter ter plaatse moest komen. Veel was er dan vaak niet bekend en als je er eenmaal was, dan was de media meestal al lang gevlogen. Kortom, dat kon allemaal wel wachten tot morgen.

Terug naar Tiny. Het artikel in de Volkskrant bevat veel wijsheden. Over goed bereikbaar zijn, over het kunnen verplaatsen in de journalisten en over het houden van afstand met de media. Allemaal waar en actueel. Maar de nieuwskop is wat mij betreft het meest treffend: ‘Persvrouw van Albert Heijn gaf altijd antwoord.’ En daar draait het allemaal om bij goed woordvoerderschap. Tiny Plooijer was inderdaad haar tijd ver vooruit.

 

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf elf in cijfers: