23-07-2025
Ik mag niet klagen. Jij?
Hij is columnist, podcastmaker, televisiemaker en treedt op in het theater. Vlak voor mijn vakantie bestelde ik een kaartje voor zijn theatertoernee ‘Ik mag niet klagen’ in Theater De Heerd in Heerde. Ik ben er nog nooit geweest en ik moet nog even geduld hebben tot 27 februari 2026, maar ik heb er nu al zin in.
Elke dag luister ik naar zijn podcast ‘Weer een dag’, samen met Gijs Groenteman. Al was het alleen maar om de originele invalshoeken, zijn welbespraaktheid, maar ook om zijn feitelijke irritante uitglijders (zoals de Hanzelijn die er al decennialang ligt, maar steevast verward wordt met de Lelylijn, die er mogelijk nooit komt) en zijn klunzig voorkomen met het gebruik van namen. Er zijn meer dan 750 afleveringen geweest, maar mijn teller staat op nul als het gaat om gemiste uitzendingen.
Marcel van Roosmalen. Want daarover heb ik het.
Slaapkamer
Het gaat wat ver om hem een fenomeen te noemen, wel sta ik elke dag met hem op, want op mijn slaapkamerdeur hangt een megagrote theaterposter van hem. Zijn portret heb ik met dank aanvaard van mijn inmiddels ex-schoonmoeder die in dat theater actief is als vrijwilliger.
Ik heb hem tweemaal echt live meegemaakt. Het meest recent was in 2019. Ik volgde de cursus voetbaljournalistiek bij Hogeschool Fonteys en een van drie (gast)lessen bij de KNVB in Zeist werd verzorgd door Van Roosmalen (de andere twee door voetbaltrainer, druktemaker en dondersteen Peter Hyballa en door Pieter Zwart van VI, die zichzelf de hele tijd op zijn bovenbeen sloeg als een soort beloning van ‘dat heb ik maar mooi gezegd, lekker puh.’).
Slagboom
Van Roosmalen – zonder rijbewijs – werd gebracht en gedropt vlak voor de ingang van de KNVB te Zeist. Alleen de dienstdoende chauffeur en Van Roosmalen hadden letterlijk de afslag gemist naar het parkeerterrein. Nu stonden ze voor een slagboom en er gebeurde niks, behalve dat Van Roosmalen semi-wanhopig binnenstormde, willekeurige aanwezigen aanklampte en bijkans iedereen smekend aankeek en die ene vraag stelde: ‘’Hallo?! Hallo?! Kan die slagboom open?”
Van zijn les herinner ik mij niet zoveel. Ja, dat hij geen verhaal had en ons een beetje weifelend aankeek en dat hij in zijn geschreven epistels – toen deed hij nog niet aan podcasts en televisie – nooit bijvoeglijke naamwoorden gebruikt. Zijn zelfstandige naamwoorden zijn blijkbaar zo sterk en subtiel, dat ze geen nadruk nodig hebben. Noem het een (wijze) les.
De tweede keer was tig jaar geleden. Het moet oktober 2008 geweest zijn. Ook toen had hij geen rijbewijs en nu in 2025 nog steeds niet. Ik werkte in die tijd bij GGD IJsselland als communicatieadviseur en voorlichter. Het zogenaamde Sense spreekuur zag het levenslicht. Ooit een botermerk, maar dit was andere koek. Iets met liefde en seks. Sense bestond uit een spreekuur bij de GGD en een informatieve website: www.sense.info. En die bestaat nog wel steeds.
Stad land
Met de beleidsadviseur dacht ik na over de lancering. Die moest anders, opvallend en spraakmakend zijn. Het was ook de tijd dat het blad Intermediair nog bestond. Van online journalistiek hadden we met zijn allen nog nooit gehoord. In die uitgave liep Van Roosmalen met fotograaf Bob de meest uiteenlopende bijeenkomsten af. In stad, land en alles wat daartussen zat. Voor de journalistieke reportage, opgeschreven met lichte spot, veel humor en inderdaad zonder bijvoeglijke naamwoorden. Knap en typerend tegelijkertijd.
Ik moest er altijd smadelijk om lachen. En dat niet alleen, ik benaderde Van Roosmalen met een uitgebreide mailinvitatie, inclusief trein haal-en-breng-service. Alles voor de aandacht. Ik rekende nergens op.
Vlak voordat ik berustend het hoofd boog en een plaatselijk alternatief opperde. antwoordde hij bevestigend met alleen een kortaf: ‘We komen.’ Complete extase aan mijn kant. Samen met Bob kwam hij langs, maar omdat de fotograaf eerder weg moest, had ik Van Roosmalen na afloop in de auto. Op weg naar het station in Zwolle.
Beroepszuurtje
Niet veel zeggend, wel veelzeggend. Zijn weinige woorden, zijn maniertjes en zijn cynische humor. Zowel ter plekke als in de auto. Want daar heeft het veel van weg. In de IJmuider Courant (!) werd hij eens aangeduid als ‘beroepszuurtje.’
Van Roosmalen liep rond, noteerde, merkte op, uitte zijn non-verbale verbazing, haalde zijn schouders op, schudde zijn hoofd en gaf op een bepaald moment aan dat hij genoeg had gezien en gehoord. Tijd voor taxi Riemens, gevolgd door weken later een briljante pagina in de Intermediair. Ik heb het bewaard. En iedere keer dat ik het toevallig in handen heb, lees ik het en glimlach ik.
Dat geldt ook voor zijn levenswerk. Totaal, 1, 2 en 3. Alle reportages staan erin. Ideaal voor de naderende zomervakantie. Ruim 800 pagina’s en dat maal 3. Alle? Nou nee, ik denk dat hij er jammer genoeg nou net eentje vergeten is…