18-02-2026
Is communicatie een 1000-dingendoekje?
Communicatie als doekje voor het bloeden. Kent u die uitdrukking? U weet wel, het bekende zinnetje afkomstig van Paul Haenen alias Dominee Gremdaat. Communicatie als doekje voor het bloeden. Persoonlijk vind ik deze verreweg de leukste (en ook erg van toepassing), maar verder is het allemaal niet zo grappig. Wat niet? Nou dat winterweer en de communicatie daarover. Tijd voor een preek.
Op het moment dat ik deze Meermaals tik, is het buiten sneeuwwit, maar als ik op zend druk, kan het ook zo maar frisgroen zijn.
Communicatiehart
Onlangs las ik een LinkedIn bijdrage van de senior woordvoerder van de Commissaris van de Koning bij Provincie Overijssel. Ingrid Heiman-Van Dijk. “Bij winterweer gaat mijn communicatiehart wat sneller kloppen. Uit ervaring weet ik hoe hard communicatieprofessionals werken om de informatie zo snel, duidelijk en volledig mogelijk bij het publiek te krijgen. Informatie die we niet zelf verzinnen, maar die we ontvangen vanuit een – vaak grote – organisatie”, schreef ze vorige maand op haar pagina.
Daarbij refereerde ze aan het interview dat KLM-topvrouw Marjan Rintel gaf bij Pauw & De Wit over hoe Schiphol communiceerde tijdens het winterweer. De lesson learned: ‘Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat we onze klanten beter informeren?’
Bus gooien
De reactie van de senior woordvoerder van de Commissaris van de Koning bij Provincie Overijssel sprak mij enorm aan en deed mij meteen denken aan een vergelijkbare situatie die ik zelf bij de politie meemaakte. Want wat Rintel feitelijk deed op landelijke televisie, was haar afdeling communicatie voor de bus gooien.
Dat gebeurde ook een keer toen ik bij Politie Flevoland werkte. Tijdens oud en nieuw. Het moet ergens tussen 2002 en 2007 zijn geweest. Als afdeling communicatie moesten wij onder bezielende leiding van korpschef Pier Eringa zo snel mogelijk een Flevolandse stand van zaken weergeven voor de (landelijke) media. Na een paar uurtjes in het nieuwe jaar kon de balans opgemaakt worden: In Flevoland was het redelijk rustig gebleven.
Fout
Totdat… Zeewolde zo’n beetje letterlijk op zijn kop werd gezet. Het dorp werd à la Asterix & Obelix en de Romeinen bijkans weggevaagd. Met alle gevolgen van dien. Vervolgens werd de plaatselijke politiechef voor de camera gezet (naam bij de redactie bekend), die de schuld - letterlijk de fout - neerlegde bij de afdeling communicatie. Bij ons dus.
Oplossing
“In elke evaluatie na zo'n periode komen er weer verbeterpunten voor de communicatie naar voren. Maar laten we alsjeblieft niet doen alsof communicatie een vervelende situatie beter kan praten. Als de basis in een organisatie niet op orde is, heeft een communicatieprofessional ook geen magische oplossing voor handen”, schreef de senior woordvoerder van de Commissaris van de Koning bij Provincie Overijssel ook nog.
Ik kan het alleen maar heel erg eens zijn met haar betoog. En wat algemene tips geven uit mijn praktijk, want naast voorlichter bij de politie, heb ik ook bij GGD’en gewerkt. Organisaties die meer dan regelmatig in de media komen. Niet reageren? Was er geen standpunt? Zat de vijf in de klok?
Deze 5 regels kan iedereen in zijn, haar of het rol als voorlichter onthouden en toepassen.
Top 5
Nummer 1: zeg nooit ‘geen commentaar.’ Het komt over alsof je wat te verbergen hebt.
Nummer 2: je moet altijd bereikbaar zijn. Als jij woordvoerder bent op een bepaald dossier en dat onderwerp is hot, dan moeten de media je wel kunnen bereiken. Snap hoe het werkt als de wereld in brand staat. Denk mee met de journalist, regel wat en kom niet aan met dat er echt pas volgende week een reactie gegeven kan worden.
Nummer 3: je moet ook wat te zeggen hebben, maar misschien moeten we met zijn allen ook accepteren en in dit geval ook wat meer begrip hebben bij onvoorziene omstandigheden en extreme weerssituaties. Verwacht niet dat de voorlichter een oplossing heeft voor alles, voor het weer, de uitval en de vertraging.
Toch kun je altijd iets vertellen over het proces en wat er ongeveer staat te gebeuren. Denk aan werkwijze, voorschriften en protocollen.
Nummer 4: een antwoord van ‘ik weet het niet’ is altijd beter dan zwijgen. Je kunt niet alles weten en journalisten komen af en toe met hele domme vragen (ja die bestaan). Je moet je wel afvragen als je op geen enkele vraag een zinnig antwoord hebt of je het vakje ongeschikt niet eens moet aankruisen.
Nummer 5: lieg nooit. Het olifantengeheugen van sommige journalisten is groot en goed en wordt versterkt door social media. Een leugenachtig antwoord krijg je als een boemerang voor je kiezen. Gewoon nooit doen. Niet jokkebrokken.