Eend

Blog 245 – 25 augustus 2020

Wat zijn mijn jeukwoorden?

Ik kreeg gisteren een blog onder ogen van Wouter van Wingerden van Doet iets met taal. Ik mag graag iets van hem lezen en over hem schrijven. Dat laatste deed ik al eerder in mijn blog oogkleppen. Toen nam Wouter Frankwatching, waarvoor hij zelf schrijft, op de hak. Het had te maken met marketingjargon en een wijze en ware les.

“Besef dat veel van wat je online zet openbaar is en dat dat je visitekaartje is. Hou voortdurend voor ogen dat al dat Engels en jargon in het algemeen, niet uitnodigend is. En dat ook mensen die affiniteit met je vak hebben, nog niet per se superspecialisten zijn die ogenblikkelijk de definitie van alle vaktermen en modewoorden kunnen oplepelen.”

Terug naar zijn blog van maandag. Het ging over woorden die je maar beter niet kunt gebruiken in je teksten. Benieuwd naar de zes hardnekkige woorden welke, nee, díé ik als eindredacteur en tekstcorrector zoveel mogelijk schrap? Lees verder!

Echter. Indien. Deze. Welke. Haar. Te. Dat zijn ze. Er zijn nog tientallen van die stijve, ouderwetse woorden die je tekst bederven: reeds, doch, voorts, tevens, middels, betreffende, dienen te, hetgeen, wederom. Ze komen gelukkig minder voor dan de zes gevallen hierboven en vallen dus meer op. Alle reden om ook die draken te verslaan. Alternatieven vind je onder meer bij Onze Taal.

Ik kan mij er wel in vinden, maar zoals iedereen heb ik ook een aantal jeukwoorden, die ik probeer te vermijden in mijn teksten of eruit haal als ik ze tegenkom.

  1. Gebeuren. Niet in de zin van ‘hij laat ook het gewoon gebeuren.’ Maar wel in: ‘het was een gezellig gebeuren.’ Wat zegt dat nou? Een gebeuren. Is het een feest, een presentatie, een opening? Het is altijd wel iets, dus waarom kies je dan voor het troosteloze, nietszeggende en allesbehalve sprankelende gebeuren?
     
  2. Een stukje. Ja, het wordt heel vaak gebruikt. Vooral in spreektaal. Een stukje beleid, een stukje waardering of een stukje nostalgie. Wat is dat eigenlijk? Als je het zo leest, stukje bij beetje, dan voegt het niets toe. Het kan anders: een onderdeel van het beleid is…. Hij verdient ook waardering (iemand anders dus ook een gedeelte) of dat is echt nostalgie en dat andere is meer uit het heden.
     
  3. Men. Men is vooral heel veel. Het is een maand in het Grieks, een mythologisch figuur, een halsketting en een syndroom met een aantal zeldzame erfelijke aandoeningen als kenmerk. We kennen de mensport bij paarden, maar men is ook een onbepaald hoofdtelwoord, onbepaald voornaamwoord en een persoonlijk voornaamwoord. Maar wat is men nu echt. Men is als je niet precies aangeeft wie je bedoelt. Dat is best gek, want je wilt in je teksten toch juist schrijven om wie het wel gaat?
    Men zat maar te wachten. Ja wie (en op wat)? Een grote groep mensen kwam aangelopen en mengde zich in het publiek, men wist niet wat te doen. Ook nu weer wie? Honderd ondernemers zijn gedupeerd. Men doet een beroep op een regeling. Alle honderd?
    Men zegt niets. Het is een beetje wegduikgedrag, een gevalletje van ik durf niet. Of het gewoon niet weten. Zorg er dan voor dat je wel weet om wie het gaat en schrijf dat op.
     
  4. Het woord jongstleden, oftewel jl. Ik vind sowieso dat er veel gegoocheld wordt met data in teksten. Ik schreef een blog op dinsdag 25 augustus 2020 jl. Dat klopt natuurlijk niet. Ik schreef dinsdag jl. een blog. Het zal wel, maar mooi is anders. Afgelopen dinsdag schreef ik een blog. Dat bekt beter. Ik vind dat jl. niets toevoegt en het staat ook nog eens lelijk. Probeer je met data wel te verplaatsen in de lezer. Als jij schrijft, maandag hadden we een belangrijke vergadering, dan moet je het de lezer niet euvel duiden (sorry), als hij niet weet welke maandag bedoeld wordt.
     
  5. Ik eindig met extremis. Logisch, het kan nog net. Of eigenlijk in extremis. Het is een beetje een vreemde eend in de bijt. Ik heb niets met dat woord en om eerlijk te zijn, kan ik niet echt aangeven waarom. Het feit dat Word extremis rood maakt, zegt al genoeg. Extremis kom uit het Latijn en betekent op het nippertje. Maar het wordt vaker gebruikt. Zo heb je extremis meubelen (Belgisch designmerk voor het buitenleven). Wat te denken van de Extremis Hopper Picnic? Dat is een ontwerp van Dirk Wynants. Hij wilde een tafel maken waar u gemakkelijk met veel mensen aan kan zitten om bijvoorbeeld te genieten van een levendig bierfeest. Maar in principe is zo’n tafel er al, namelijk de alom bekende picknicktafel. Toch pakte Dirk Wynants dit concept aan, door enkele verbeteringen door te voeren. Bij een traditionele picknicktafel moet u bijvoorbeeld over de bank klimmen om een zitplaats te veroveren. Niet nodig bij de Hopper Picnic, want door vier openingen in het frame te maken schuift u gemakkelijk aan tafel.
    Ik denk bij extremis meubelen aan leveren zij dan net op tijd? Hoef je één dag voor het einde van de betalingstermijn je factuur te voldoen of doe je de beste zaken met ze, als je vlak voor sluiting de winkel instapt?
    Wat ik wel weet: er is ooit iemand mee begonnen – in de sport – en anderen dachten van het staat wel geleerd of zo. Laat ik het ook eens gebruiken. Dan krijg je zinnen als:  ZSV wint Kranenmortelderby in extremis, zelfs het korfbal valt door de mand met in extremis en wie denkt dat in extremis alleen van deze tijd is, die heeft het goed mis.
     

Het grappige is dat een aantal twittervolgers van mij, mij noemt op het moment dat ze weer een gevalletje in extremis tegenkomen.

Wil je je teksten eens laten nakijken op jeukwoorden? Neem dan contact met mij op...en dat mag zelfs in extremis: www.mediabureaumeer.nl/contact.

 

 

 


Laat een bericht achter - aantal berichten: 0



Bent u de eerste die reageert?



Laat een bericht achter

naam
e-mail
website
bericht
Schrijf negen in cijfers: